Wetgeving en administratie

In Vlaanderen is er weinig tot geen wetgeving inzake opzuivering van biogas, gebruik van biomethaan als vervoersbrandstof of injectie ervan in het aardgasnet.
Een Europese Richtlijn (2003/55/EG) die wel van belang is, stelt dat de lidstaten dienen te waarborgen dat biogas en gas uit biomassa en andere soorten gas een niet-discriminerende toegang krijgen tot het gassysteem. Een tweede Richtlijn (2003/30/EG) ter bevordering van het gebruik van biobrandstoffen of andere hernieuwbare brandstoffen in het vervoer, stelt dat biogas tot de biobrandstoffen behoort. De lidstaten moeten zorgen dat een minimaal aandeel van biobrandstoffen en andere hernieuwbare brandstoffen op hun markten aangeboden worden. De lidstaten kunnen bij voorrang brandstoffen met een zeer goede kosteneffectieve milieubalans bevorderen. De lidstaten zorgen dat het publiek van eventuele beschikbaarheid van biobrandstoffen op de hoogte gebracht wordt. Er wordt als doel gesteld om in de sector van het wegvervoer conventionele brandstoffen tegen 2020 voor 20 % te vervangen door alternatieve brandstoffen.


Technologieverkenning en -evaluatie

Verschillende technieken zijn reeds ontwikkeld voor het opzuiveren van biogas tot biomethaan. Sommigen worden reeds op grote schaal toegepast, andere zijn nog in de experimentele fase. Algemeen wordt gesteld dat voor een nieuw opzuiveringsproject eerst een keuze wordt gemaakt naar technologie voor de verwijdering van CO2. Daarna wordt gekeken of nog een extra techniek nodig is voor de verwijdering van H2S: sommige technologieën verwijderen dit samen met CO2, zij het in beperkte concentratie. Zoniet zal een extra techniek vereist zijn voor H2S-verwijdering. Hetzelfde gebeurt voor de verwijdering van H2O.
Wereldwijd worden volgende technieken toegepast voor de verwijdering van CO2 uit biogas:

Voor de verwijdering van H2S worden volgende technieken toegepast, al dan niet gecombineerd met CO2-verwijdering:
De beste techniek kan moeilijk aangeduid worden, daar deze afhankelijk is van een heel aantal factoren... Wel kan aangeduid worden welke de positieve en negatieve punten zijn van elke bestaande techniek. Van hieruit kan een keuze gemaakt worden op maat van het bedrijf.


Potentieelstudie

Rekening houdend met het minimaal tot middelmatig berekend scenario, zou minimaal zo'n 5-10% van de benodigde energie voor wegvervoer kunnen vervangen worden door biomethaan. Dit zou betekenen dat nog zo'n 200 tot 500 installaties met gemiddelde schaalgrootte (200 m3/u) zouden kunnen gebouwd worden om het benodigde gedeelte van het stortgas, WZ-slib, energiegewassen, bermmaaisel, groenafval, restafval, organisch-biologisch afval en nevenstromen (OBA en OBN) te kunnen verwerken en zo die 5-10% te bereiken.
Bij verwerking van alle bestaande vergistbare (afval)stromen zou zo'n 21% van de energie voor wegvervoer verwezenlijkt kunnen worden worden door biogas. Dit zou de bouw van zo'n 1135 installaties betekenen van gemiddelde grootte.


Eindgebruik

Injectie van biomethaan in het aardgasnet
Het aardgasnet bestaat uit een vervoersnet en een distributienet. Om biomethaan in het net te injecteren dient het aan een bepaalde kwaliteit te voldoen en op een bepaalde druk worden gebracht. Injectie kan plaatsvinden op het hoge druknet, het midden druknet en het lage druknet. Bovendien bestaat er in België tevens een laagcalorisch en een hoogcalorisch net die door een verschil in calorische waarde van elkaar te onderscheiden zijn.

Gebruik biomethaan als vervoersbrandstof
Om biomethaan als vervoersbrandstof te gebruiken, zal het doorgaans eerst in het net geïnjecteerd worden. Na injectie van het net zal via de pomp van het tankstation biomethaan aan de omgebouwde diesel/benzinevoertuigen of aan aardgasvoertuigen geleverd worden. Deze optie wordt de fast fill methode genoemd. Een andere mogelijkheid is het thuistanken van biomethaan, de zogenaamde slow fill, waarbij het tanken een langere tijd in beslag neemt. Het biomethaan zal op een druk van 200 bar in het voertuig worden opgeslagen.